Gewicht vasthouden

Het jojo-effect

Waarom gewicht terugkomt en wat de kans daarop verkleint

Afvallen lukt de meeste mensen wel. Het gewicht daarna vasthouden is een stuk moeilijker, en dat is niet omdat je discipline mist. Na gewichtsverlies verandert je lichaam: je verbruikt minder energie dan je op grond van je nieuwe gewicht zou verwachten, en je honger- en verzadigingshormonen blijven langere tijd verschoven.

Op deze pagina lees je hoe vaak gewicht werkelijk terugkomt, welke mechanismen daarachter zitten, wat dat voor je gezondheid betekent en wat de kans op terugkomen verkleint.

Janna Koopman Door: Janna KoopmanDiëtist met focus op darmgezondheid (13+ jaar)
Eindredactie: Sam Bracke, content specialist & bewegingsdeskundige

In dit artikel lees je:

  • Europees laboratorium
  • Geen verwijzing nodig
  • Thuis af te nemen
  • 8,9/10 klantenbeoordeling
De basis

Wat is het jojo-effect?

Het jojo-effect is het patroon waarin je afvalt, het gewicht daarna weer terugkomt, je opnieuw begint en het opnieuw terugkomt. In de wetenschappelijke literatuur heet dat gewichtscycli of weight cycling. Het is een van de meest voorkomende ervaringen bij afvallen, en tegelijk een van de minst goed begrepen.

De belangrijkste misvatting eromheen is dat het aan de persoon ligt. Dat klopt niet: na gewichtsverlies treden er meetbare veranderingen op in je energieverbruik en in je honger- en verzadigingshormonen, en die duwen actief richting het oude gewicht. Je lichaam verdedigt zich, en het doet dat langer dan de meeste mensen denken.

Dat is geen reden om niet af te vallen. Het is een reden om de perióde ná het afvallen als een eigen fase te behandelen, met een eigen aanpak.

In het kort

  • Wat het is: gewicht verliezen en het daarna weer terugkrijgen, vaak in meerdere rondes.
  • Hoe vaak: gemiddeld wordt ongeveer een vijfde van het verloren gewicht na vijf jaar nog vastgehouden. Terugkomen gaat geleidelijk, niet binnen een jaar.
  • Waarom: je energieverbruik daalt meer dan verwacht en je hongerhormonen blijven verschoven – na een jaar nog meetbaar.
  • Niet iedereen: ongeveer een op de vijf mensen houdt gewichtsverlies langdurig vast, en dat lukt met concrete, bekende gewoontes.
  • Aanleg speelt mee, maar bepaalt niet de uitkomst.
De cijfers

Hoe vaak komt gewicht echt terug?

Over het jojo-effect circuleren stevige getallen: je leest vaak dat tachtig procent van de mensen na een jaar weer op het oude gewicht zit. Dat cijfer is te somber en het is ook niet wat het onderzoek laat zien.

Na vijf jaar

Ongeveer een vijfde blijft eraf

In een meta-analyse van 29 studies hielden deelnemers na vijf jaar gemiddeld nog 21 procent van hun oorspronkelijke gewichtsverlies vast. Er komt dus veel terug, maar niet alles.

Netto resultaat

Gemiddeld nog ruim 3 kilo lager

Diezelfde analyse vond dat de gemiddelde deelnemer vijf jaar later nog meer dan drie kilo onder het startgewicht zat. Terug bij nul is dus niet de gemiddelde uitkomst.

Wie slaagt

Ongeveer 1 op de 5 houdt het vast

Bij een veelgebruikte definitie, minstens tien procent van je gewicht kwijt en dat een jaar of langer vasthouden, lukt dat ongeveer een vijfde van de mensen. Dat is een minderheid, maar geen uitzondering.

Twee dingen zijn hier belangrijk. Het terugkomen gaat geleidelijk: het eerste jaar gaat vaak nog redelijk, waarna het gewicht over enkele jaren oploopt. Dat betekent dat de fase waarin je aandacht nodig hebt niet zes weken duurt maar jaren, en dat het moment waarop mensen hun begeleiding stoppen precies het risicovolle moment is.

En de spreiding is groot. Achter dat gemiddelde zitten mensen die alles terugkregen en mensen die twintig kilo eraf hielden. Het gemiddelde is dus geen voorspelling voor jou; het zegt vooral dat vasthouden aandacht vraagt.

Het mechanisme

Waarom komt gewicht terug?

Er zijn vier verklaringen die elkaar aanvullen. De eerste twee zijn het best onderbouwd en verklaren samen het meeste; de derde is nieuw en veelbelovend; de vierde is de meest praktische.

1. Je hongerhormonen blijven verschoven

Dit is de sterkste verklaring. In een studie waarin vijftig mensen na een periode van sterk gewichtsverlies een jaar werden gevolgd, waren de hormonen die honger en verzadiging regelen na twaalf maanden nog steeds veranderd ten opzichte van de startsituatie. Leptine, het hormoon dat verzadiging signaleert, lag ruim een derde lager dan voor het afvallen, en ghreline, dat honger geeft, was verhoogd. Het hongergevoel dat de deelnemers rapporteerden, was na een jaar nog steeds groter dan bij de start.

Dat betekent iets concreets: iemand die is afgevallen heeft bij hetzelfde gewicht meer honger dan iemand die altijd op dat gewicht zat. Je vecht dus niet tegen je oude gewoontes maar tegen een verschoven signaal, en dat verklaart waarom ‘gewoon volhouden’ hier zoveel zwaarder is.

2. Je verbruikt minder energie dan verwacht

Een lichter lichaam verbruikt minder energie, en dat is logisch. Maar na gewichtsverlies daalt het verbruik vaak meer dan je op grond van het nieuwe gewicht en de nieuwe lichaamssamenstelling zou berekenen. Dat heet adaptieve thermogenese. Het gevolg is dat het energietekort dat eerst voor gewichtsverlies zorgde, op je nieuwe gewicht geen tekort meer is: je moet met minder toe om hetzelfde vast te houden.

Hoe groot dat effect is en hoe lang het aanhoudt, verschilt per persoon en is onderwerp van discussie in de literatuur. Dat het bestaat, is breed geaccepteerd.

3. Vetweefsel lijkt een geheugen te hebben

Het aantal vetcellen in je lichaam ligt vanaf ongeveer je twintigste vrij stabiel. Val je af, dan worden je vetcellen kleiner, maar ze verdwijnen niet: bij gewichtstoename vullen dezelfde cellen zich weer.

Sinds kort is er onderzoek dat verder gaat. In 2024 verscheen in Nature een studie die aantoonde dat vetweefsel na gewichtsverlies epigenetische veranderingen behoudt: het weefsel ‘onthoudt’ de eerdere situatie, en bij muizen ging dat samen met sneller weer aankomen. Dat is een aantrekkelijke verklaring voor wat mensen in de praktijk ervaren, en het is een reden om het jojo-effect nog minder als een wilskrachtprobleem te zien.

Wel de juiste zekerheid erbij: het versnelde aankomen is in muizen aangetoond, en bij mensen gaat het om gemeten veranderingen in het weefsel en niet om bewezen gevolgen voor gewichtsverloop. Er volgt geen behandeling uit en het verandert het advies niet. Het is een verklaring in ontwikkeling, geen vaststaand feit.

4. Het dieet was niet bedoeld om vol te houden

De meest praktische verklaring, en de enige waar je direct iets aan kunt doen. Veel aanpakken zijn zo streng dat ze per definitie tijdelijk zijn: hele voedingsgroepen weglaten, maaltijden vervangen door shakes of een strak schema dat niet met werk, kinderen of een vakantie te combineren valt. Zolang het dieet loopt gaat het goed, en op het moment dat het stopt is er niets waar je op terugvalt.

Daar komt bij dat veel mensen na het bereiken van hun streefgewicht de motivatie verliezen, omdat het doel weg is. Wie zijn oude eetpatroon weer oppakt, komt terug op zijn oude gewicht; dat is geen mysterie, maar het is wel te voorkomen door het vasthouden vooraf te plannen. Hoe je een aanpak kiest die je wél volhoudt, staat op de pagina over succesvol afvallen.

Meten

Wat je kunt laten meten

Voor het voorkomen van het jojo-effect is geen test nodig; wat helpt staat hierboven. Wil je naar je aanleg kijken of uitsluiten dat er iets meespeelt, dan zijn dit de routes die bij deze pagina passen.

Nutri-Gene pro DNA-test
Onze aanbevolen test

Nutri-Gene pro

De enige test in ons assortiment die het jojo-type als onderdeel in de uitslag heeft staan, naast je verzadigingsgevoel, je hongeraanleg, het ideale lichaamsgewicht en de verwerking van vetten en koolhydraten. Een DNA-test via wangslijm, dus zonder prik.

  • DNA via wangslijm
  • Uitslag na 5 tot 6 weken
  • Eenmalig testen
  • Onderdeel ‘Gewicht (jojo-type)’ met uitleg over je aanleg
  • 62 onderdelen over 11 leefstijlgebieden
  • Persoonlijk resultatenboek met uitleg per onderdeel
  • Toont aanleg, geen ziekte en geen voorspelling van je gewicht
€ 375,00 Bekijk deze test

Of kies een andere route

Lukt vasthouden niet en vermoed je dat er iets meespeelt, dan is bloedonderzoek logischer dan een DNA-test.

Schildklier bloedonderzoek

Schildklier bloedonderzoek

Bloedtest via een vingerprik die TSH, FT3 en FT4 meet. Passend wanneer aankomen samengaat met vermoeidheid, kouwelijkheid of een droge huid. Sluit een van de weinige goed behandelbare oorzaken uit.

€ 65,00 Bekijk
Bloedsuiker test HbA1c

Bloedsuiker test – HbA1c

Bloedtest via een vingerprik die je gemiddelde bloedsuiker over twee tot drie maanden meet. Geschikt om te volgen wat een gewichtsverandering metabool doet, want de waarde gaat over maanden en niet over één moment. Welke waarden normaal zijn, staat bij bloedsuikerwaarden.

€ 35,00 Bekijk

Speelt vooral vermoeidheid, dan brengt de vermoeidheid test (€ 119,00) ferritine, ijzer, actief vitamine B12, vitamine D en de schildklierfunctie in samenhang in beeld. Weet je niet welke route past, dan helpt de keuzehulp je met een paar vragen verder.

Onze testen zijn informatief bedoeld en zijn geen voorwaarde om gewicht vast te houden. Je krijgt een gemeten waarde of een aanlegprofiel met uitleg; dat is geen diagnose. Een DNA-test toont genetische aanleg en kan niet voorspellen of jij je gewicht zult vasthouden, hoeveel je zult verliezen of welk dieet bij jou werkt. Alleen een arts kan een onderliggende aandoening vaststellen. Voor persoonlijke begeleiding, en juist in de fase na het afvallen, is een diëtist het aangewezen adres.

Reviews

Wat klanten zeggen over Mijnlabtest

8,9
★★★★★ Klantenbeoordeling, gebaseerd op meer dan duizend beoordelingen over Mijnlabtest

★★★★★

“Ik heb de Nutri-gene pro DNA-test laten uitvoeren door mijnlabtest.nl Het is een erg uitbreid document geworden met duidelijke uitleg en informatie. Aanrader als je meer inzicht in je genen wilt hebben!”

F. uit Nijverdal, januari 2021 · Nutri-Gene pro

★★★★★

“Gekozen voor een bloedtest gericht op de schildklier. Het pakketje kwam snel binnen, en de instructie voor afname was duidelijk en eenvoudig. Binnen één week had ik de uitslagen al binnen via een beveiligde Zivver-omgeving.”

L. uit Noord Holland, september 2025 · Schildklier bloedonderzoek

★★★★★

“Makkelijk uit te voeren en resultaat snel bekend, Tevens met uitvoerige uitleg bij de uitslagen.”

R. uit Houten, augustus 2025 · Bloedsuiker test (HbA1c)

Een ervaring van iemand anders zegt niets over jouw uitslag. Alle originele reviews bekijken

Gezondheid

Is jojoëen schadelijk?

Deze vraag komt vaak, en het eerlijke antwoord is dat het onderzoek hier niet eenduidig is. Je vindt online zowel ‘jojoëen is erger dan zwaar blijven’ als ‘jojoëen is onschuldig’, en beide zijn te stevig gesteld.

Wat er over te zeggen valt:

  • Er zijn aanwijzingen voor een ongunstig verband. Observationeel onderzoek vindt bij grote gewichtsschommelingen vaker hart- en vaatproblemen. Maar bij dit type onderzoek is oorzaak en gevolg moeilijk te scheiden: mensen die veel schommelen zijn vaker al zwaarder of hebben vaker gezondheidsproblemen, en onbedoeld gewichtsverlies door ziekte telt in zulke analyses mee als een schommeling.
  • Wat je verliest en terugkrijgt is niet hetzelfde. Bij afvallen verlies je vet én spiermassa; bij terugkomen komt er relatief meer vet terug. Meerdere rondes achter elkaar kunnen daardoor je lichaamssamenstelling ongunstig veranderen, ook als je gewicht op hetzelfde punt uitkomt. Dit is de best onderbouwde zorg, en het is een sterk argument voor krachttraining en genoeg eiwit tijdens het afvallen.
  • De psychische kant wordt vaak vergeten. Herhaald afvallen en terugkomen ondermijnt het vertrouwen dat het ooit gaat lukken, en gaat bij een deel van de mensen samen met een verstoorde verhouding met eten. Dat is een reële schade, ook zonder dat er een bloedwaarde verandert.
  • Maar: niet afvallen is ook geen veilige keuze. De gezondheidswinst van vijf tot tien procent gewichtsverlies is goed aangetoond, ook als je een deel later terugkrijgt. Angst voor het jojo-effect is dus geen goede reden om niet te beginnen.

De praktische conclusie. Het risico zit minder in het afvallen zelf en meer in de manier waarop: te snel, te streng, zonder krachttraining, zonder genoeg eiwit en zonder plan voor daarna. Wie rustig afvalt, zijn spiermassa beschermt en de fase erna serieus neemt, heeft de meeste kans om het gewicht kwijt te blijven en de minste kans op de nadelen van schommelen.

Wat helpt

Wat verkleint de kans dat het gewicht terugkomt?

Uit onderzoek naar mensen die hun gewichtsverlies jaren vasthouden komen steeds dezelfde gewoontes terug. Ze zijn opvallend gewoon, en dat is precies waarom ze werken.

  • Blijven bewegen, en veel. Dit is de factor die het sterkst samenhangt met vasthouden. Bij mensen die succesvol op gewicht blijven, gaat het om een hoog dagelijks activiteitsniveau en niet alleen om sporten. Beweging weegt voor vasthouden zwaarder dan voor afvallen zelf.
  • Genoeg eiwit blijven eten. Eiwit verzadigt het sterkst en beschermt je spiermassa, wat rechtstreeks je energieverbruik ondersteunt. Dit werkt tegen twee mechanismen tegelijk: de verschoven hongerhormonen en het verlies van spiermassa.
  • Regelmatig wegen en op de lijn letten. Wie zijn gewicht in de gaten houdt, merkt een oplopende trend van twee kilo en niet die van tien. Kijk naar het gemiddelde over een week, want dagelijkse schommelingen van een kilo of meer zijn normaal.
  • Een consistent eetpatroon houden, ook in het weekend. Bij mensen die het volhouden, lijken werkdagen en vrije dagen meer op elkaar. Dat maakt het minder een prestatie en meer een gewoonte.
  • Slaap en stress serieus nemen. Slaaptekort verschuift je honger- en verzadigingshormonen precies de verkeerde kant op, bovenop de verschuiving die het afvallen al veroorzaakte. In deze fase is dat geen bijzaak.
  • Rekenen op terugval, en een plan hebben. Een vakantie of een drukke periode waarin het niet lukt is normaal. Het verschil tussen tijdelijk en definitief zit in of je daarna de draad weer oppakt of het opgeeft.

Val niet te snel af, en stop niet abrupt. Twee dingen die het jojo-effect in de hand werken: een tempo waarbij je veel spiermassa verliest, en een dieet dat op een dag ‘klaar’ is. Bouw daarom af naar een patroon dat je wilt blijven eten in plaats van terug te schakelen naar hoe je at voor je begon. Begeleiding door een diëtist is juist in déze fase waardevol, en dat is precies de fase waarin de meeste mensen ermee stoppen.

Aanleg

Speelt aanleg een rol bij het jojo-effect?

Waarschijnlijk wel, en dat verklaart een deel van de grote verschillen tussen mensen. Twee mensen met hetzelfde plan en dezelfde inzet houden niet hetzelfde resultaat vast, en aanleg is een van de factoren die daar tussen zit.

Een gen dat in dit verband vaak wordt genoemd is ADIPOQ. Dat gen is betrokken bij de aanmaak van adiponectine, een hormoon uit vetweefsel dat meespeelt in je insulinegevoeligheid en je vetstofwisseling. In genetisch onderzoek worden bepaalde varianten van ADIPOQ in verband gebracht met het lichaamsgewicht en met de gewichtsverandering tijdens een leefstijlprogramma. Dat is de basis voor het onderdeel ‘jojo-type’ dat in een uitgebreide voedings-DNA-test in de uitslag staat.

Met de juiste zekerheid erbij. Het gaat hier om een associatie uit onderzoek op groepen, en niet om een voorspelling voor een individu. Een gunstige variant is geen garantie dat je op gewicht blijft, en het ontbreken ervan betekent niet dat je het niet kunt. Zeggen dat ‘tachtig procent van de mensen dus meer moeite moet doen’ gaat een stap te ver: het ontbreken van een gunstige variant is niet hetzelfde als een ongunstige uitgangspositie.

Er is nog een reden voor die nuance. Bij het best onderzochte gewichtsgen, FTO, bleek uit een meta-analyse van acht gerandomiseerde studies met 9.563 deelnemers dat dragers van de ongunstige variant even goed reageren op leefstijlinterventies als anderen. Aanleg maakt het voor sommige mensen zwaarder, maar het bepaalt de uitkomst niet.

Wil je weten wat je aanleg is rond verzadiging, honger, de verwerking van vetten en koolhydraten en het jojo-type, dan brengt een voedings-DNA-test dat in kaart. Wat zo'n test wel en niet kan zeggen – en waarom hij niet kan voorspellen welk dieet bij jou werkt – staat uitgebreid op de pagina over afvallen met een DNA-test. Speelt er misschien iets anders mee dan aanleg, zoals je schildklier, je slaap of je medicatie, kijk dan bij oorzaken van overgewicht.

Belangrijk

Wanneer naar de dokter?

Herhaald afvallen en aankomen is vermoeiend en vraagt vaak meer dan een nieuw dieet. Je huisarts kan behandelbare oorzaken opsporen, je doorverwijzen naar een diëtist en beoordelen of een gecombineerde leefstijlinterventie voor jou vergoed wordt; dat is een tweejarig traject en juist gericht op vasthouden in plaats van op snel afvallen. Maak een afspraak bij:

  • Eetgedrag waar je geen grip op hebt, eetbuien of braken na het eten
  • Somberheid of angst rond eten, je gewicht of je lichaam
  • Meerdere rondes afvallen en aankomen zonder dat je verder komt
  • Onbedoeld gewichtsverlies zonder dat je iets veranderd hebt
  • Gewichtstoename samen met extreme vermoeidheid, kouwelijkheid of haaruitval
  • Hard snurken, ademstops ’s nachts of overdag in slaap vallen
Vragen

Veelgestelde vragen over het jojo-effect

Wat is het jojo-effect precies?⌄

Het patroon waarin je afvalt, het gewicht daarna weer terugkomt en je opnieuw begint. In onderzoek heet dat gewichtscycli of weight cycling.

De oorzaak is niet een gebrek aan discipline: na gewichtsverlies daalt je energieverbruik meer dan verwacht en blijven je honger- en verzadigingshormonen langere tijd verschoven, wat actief richting het oude gewicht duwt.

Komt 80 procent na een jaar echt weer op het oude gewicht?⌄

Nee, dat cijfer is te somber. In een meta-analyse van 29 studies hielden deelnemers na vijf jaar gemiddeld nog ongeveer 21 procent van hun oorspronkelijke gewichtsverlies vast, en zat de gemiddelde deelnemer op dat moment nog meer dan drie kilo onder het startgewicht.

Er komt dus veel terug, geleidelijk en over jaren, maar ‘terug bij nul na een jaar’ is niet de gemiddelde uitkomst. Ongeveer een op de vijf mensen houdt gewichtsverlies langdurig vast.

Hebben vetcellen echt een geheugen?⌄

Deels. Het aantal vetcellen ligt vanaf ongeveer je twintigste vrij stabiel: bij afvallen worden ze kleiner maar verdwijnen ze niet, en bij aankomen vullen dezelfde cellen zich weer.

In 2024 verscheen daarnaast onderzoek in Nature dat aantoonde dat vetweefsel na gewichtsverlies epigenetische veranderingen behoudt, en bij muizen ging dat samen met sneller weer aankomen. Bij mensen zijn tot nu toe de veranderingen in het weefsel gemeten, niet de gevolgen voor het gewichtsverloop. Het is dus een verklaring in ontwikkeling en geen vaststaand feit.

Waarom heb ik meer honger sinds ik ben afgevallen?⌄

Omdat je hongerhormonen verschoven zijn. In een studie waarin mensen een jaar na sterk gewichtsverlies werden gevolgd, lag leptine (dat verzadiging signaleert) ruim een derde lager dan voor het afvallen en was ghreline (dat honger geeft) verhoogd. Het gerapporteerde hongergevoel was na twaalf maanden nog steeds groter dan bij de start.

Iemand die is afgevallen heeft dus bij hetzelfde gewicht meer honger dan iemand die daar altijd zat. Genoeg eiwit, vezels en slaap helpen om daarmee om te gaan.

Is jojoëen slechter dan zwaar blijven?⌄

Dat is niet aangetoond, en de literatuur is hier niet eenduidig. Observationeel onderzoek vindt bij grote gewichtsschommelingen vaker hart- en vaatproblemen, maar oorzaak en gevolg zijn daar moeilijk te scheiden.

Wat wel duidelijk is: de gezondheidswinst van vijf tot tien procent gewichtsverlies is goed aangetoond, ook als je later een deel terugkrijgt. Angst voor het jojo-effect is dus geen goede reden om niet te beginnen. De best onderbouwde zorg is het verlies van spiermassa bij herhaalde rondes, en daar is krachttraining het antwoord op.

Wat helpt het beste om gewicht vast te houden?⌄

Blijven bewegen is de factor die het sterkst samenhangt met vasthouden, en het gaat daarbij om een hoog dagelijks activiteitsniveau en niet alleen om sporten.

Daarnaast: genoeg eiwit blijven eten, regelmatig je gewicht in de gaten houden en naar de lijn over een week kijken, een consistent eetpatroon ook in het weekend, en slaap en stress serieus nemen.

Ligt het jojo-effect in mijn genen?⌄

Aanleg speelt mee. Varianten van het ADIPOQ-gen, dat betrokken is bij het hormoon adiponectine, worden in genetisch onderzoek in verband gebracht met het lichaamsgewicht en met de gewichtsverandering tijdens een leefstijlprogramma.

Het gaat daarbij om een associatie op groepsniveau en niet om een voorspelling voor jou. Bij het best onderzochte gewichtsgen, FTO, bleek uit een meta-analyse met 9.563 deelnemers dat dragers van de ongunstige variant even goed reageren op leefstijlinterventies als anderen.

Hoe snel mag ik afvallen zonder jojo-effect?⌄

Ongeveer 0,5 tot 1 kilo per week is een tempo waarbij je relatief minder spiermassa verliest en dat voor de meeste mensen vol te houden is. Sneller afvallen leidt niet automatisch tot terugkomen, maar gaat vaker samen met een strenge aanpak die per definitie tijdelijk is.

Belangrijker dan het tempo is wat er daarna gebeurt: bouw af naar een patroon dat je wilt blijven eten, in plaats van op een dag te stoppen met je dieet.

Kan een test voorspellen of ik ga jojoëen?⌄

Nee. Een voedings-DNA-test kan je aanleg rond gewicht vasthouden in kaart brengen, inclusief een onderdeel dat als jojo-type wordt aangeduid, maar dat is een aanlegprofiel en geen voorspelling.

Wat er met bloedonderzoek wél te doen is, is uitsluiten dat er iets meespeelt, zoals een trage schildklier, en volgen wat een gewichtsverandering metabool doet. Meer daarover staat op de pagina over afvallen met een DNA-test.

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen persoonlijk voedings- of medisch advies. Hoeveel gewicht iemand vasthoudt verschilt sterk per persoon; de cijfers op deze pagina zijn gemiddelden uit onderzoek en geen voorspelling voor jou. Voor persoonlijke begeleiding, en juist in de fase na het afvallen, is een diëtist het aangewezen adres; bij klachten of bij een verstoorde verhouding met eten is je huisarts het startpunt.

Het team van Mijnlabtest
Hulp nodig

Staat je vraag er niet bij?

Onze klantenservice helpt je met vragen over de test, de afname of je uitslag. We denken graag mee over welke test bij je vraag past. Voor persoonlijk voedingsadvies verwijzen we je naar een diëtist.

Inzicht in je aanleg

Weten wat jouw aanleg is rond gewicht vasthouden

Nutri-Gene pro brengt 62 onderdelen in kaart, waaronder het jojo-type, je verzadigingsgevoel en je hongeraanleg. Eenmalig af te nemen met een wattenstaafje, met een resultatenboek dat elk onderdeel uitlegt. De test toont aanleg en doet geen voorspelling.

Onderbouwing

Betrouwbare bronnen over het jojo-effect

  1. Sumithran P, Prendergast LA, Delbridge E, et al. (2011). Long-term persistence of hormonal adaptations to weight loss. The New England Journal of Medicine, 365(17), 1597–1604. Vijftig deelnemers werden een jaar na sterk gewichtsverlies gevolgd; leptine, ghreline en verwante hormonen en het hongergevoel waren na twaalf maanden nog steeds veranderd. De kernbron voor de hormonale verklaring op deze pagina. Lees meer
  2. Anderson JW, Konz EC, Frederich RC, Wood CL (2001). Long-term weight-loss maintenance: a meta-analysis of US studies. The American Journal of Clinical Nutrition, 74(5), 579–584. Meta-analyse van 29 studies; na vijf jaar werd gemiddeld nog ongeveer 21 procent van het oorspronkelijke gewichtsverlies vastgehouden en zat de gemiddelde deelnemer nog meer dan drie kilo onder het startgewicht. De bron van de gecorrigeerde cijfers. Lees meer
  3. Hinte LC, Castellano-Castillo D, Ghosh A, et al. (2024). Adipose tissue retains an epigenetic memory of obesity after weight loss. Nature, 636(8042), 457–465. Vetweefsel behoudt na gewichtsverlies epigenetische veranderingen; muizen met dit ‘obesogene geheugen’ kwamen sneller weer aan. De bron van de passage over het geheugen van vetweefsel, inclusief de beperking dat het versnelde aankomen in muizen is aangetoond. Lees meer
  4. Wing RR, Phelan S (2005). Long-term weight loss maintenance. The American Journal of Clinical Nutrition, 82(1 Suppl), 222S–225S. Onderbouwt dat ongeveer een vijfde van de mensen langdurig slaagt, en de gewoontes die daarmee samenhangen: blijven bewegen, regelmatig wegen en een consistent eetpatroon. Lees meer
Bekijk alle bronnen⌄
  1. Spalding KL, Arner E, Westermark PO, et al. (2008). Dynamics of fat cell turnover in humans. Nature, 453(7196), 783–787. Onderbouwt dat het aantal vetcellen bij volwassenen relatief stabiel is en dat vetcellen bij afvallen kleiner worden in plaats van te verdwijnen. Lees meer
  2. Fothergill E, Guo J, Howard L, et al. (2016). Persistent metabolic adaptation 6 years after ‘The Biggest Loser’ competition. Obesity, 24(8), 1612–1619. Onderbouwt de adaptieve thermogenese: een energieverbruik dat lager blijft dan op grond van de lichaamssamenstelling wordt verwacht. Lees meer
  3. Livingstone KM, Celis-Morales C, Papandonatos GD, et al. (2016). FTO genotype and weight loss: systematic review and meta-analysis of 9563 individual participant data from eight randomised controlled trials. BMJ, 354, i4707. Dragers van de ongunstige FTO-variant reageren even goed op leefstijlinterventies; onderbouwt de nuance bij aanleg. Lees meer
  4. Siitonen N, Pulkkinen L, Lindström J, et al. (2011). Association of ADIPOQ gene variants with body weight, type 2 diabetes and serum adiponectin concentrations: the Finnish Diabetes Prevention Study. BMC Medical Genetics, 12, 5. Onderzoek binnen een leefstijlprogramma waarin varianten van het ADIPOQ-gen samenhingen met lichaamsgewicht en gewichtsverandering; onderbouwt de passage over ADIPOQ als associatie op groepsniveau en niet als voorspelling voor een individu. Lees meer
  5. Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard Obesitas (M95). De Nederlandse huisartsenrichtlijn over overgewicht en obesitas, met de plaats van de gecombineerde leefstijlinterventie als tweejarig traject gericht op gedragsverandering en het vasthouden daarvan. Laatst geraadpleegd op: 4 september 2026. Lees meer